Onze dorpen staan onder druk. Steeds meer diensten trekken zich terug in centrumsteden, waardoor ook de dienst- en hulpverlening zich vooral op stedelijke problemen richt. Daarnaast verloopt die hulp- en dienstverlening in toenemende mate digitaal: loketten sluiten, afspraken moeten online gemaakt worden en hulp verloopt vaak via computer of smartphone. Voor veel mensen is dat niet vanzelfsprekend. Wie weinig digitale vaardigheden heeft of geen vlotte toegang tot internet, kan moeilijker hulp vinden. Daardoor groeit het risico dat mensen uit de boot vallen.
Tegelijk verandert ook het sociale leven in dorpen. Door vergrijzing en ontgroening neemt de afstand tussen inwoners van onze dorpen toe: mensen kennen elkaar minder goed en vaste sociale netwerken verdwijnen. Hoewel veel gezinnen voldoende middelen hebben om zich te verplaatsen voor hulp- en dienstverlening in de stad, kunnen gezinnen in een kwetsbare situatie deze afstand moeilijker overbruggen.
Dit alles maakt dat steeds meer inwoners het gevoel hebben dat het platteland minder aandacht krijgt en dat hun noden onvoldoende gezien worden.
Om deze uitdagingen aan te pakken, slaan de gemeenten Geetbets, Kortenaken, Zoutleeuw en Linter de handen in elkaar rond plattelandsarmoede. Samen met hen willen we o.a. een lerend netwerk opstarten waarin ervaringen, kennis en goede voorbeelden worden gedeeld. Zo zoeken we naar manieren om hulp- en dienstverlening beter bereikbaar te maken voor iedereen op het platteland. Dit geeft plattelandsgemeenten meer slaagkracht en kennis om hun dienstverlening voor iedereen toegankelijk te maken.
Model voor laagdrempelige hulp- en dienstverlening
Tijdens het outreachend werken binnen een behoefteonderzoek ontvingen we veel bovengenoemde signalen over maatschappelijke uitdagingen. Mensen spraken over toenemende vereenzaming, het verdwijnen of ontbreken van diensten, een verzwakkende sociale samenhang, druk op de sociale bescherming en een afname van mobiliteit.
Deze signalen kwamen van verschillende kanten: van lokale organisaties zoals Huize Levenslust, van intergemeentelijke partners zoals Huis van het Kind Storzo, maar ook van burgers – vooral uit sociale woonwijken in de regio en gebruikers van digipunten*. Zij geven aan dat de afstand tussen hulp- en dienstverlening en het platteland steeds groter wordt en moeilijker te overbruggen is. Wanneer één schakel van het hulpverleningssysteem wegvalt, komt het hele systeem onder zware druk te staan.
Signalen vanuit e-inclusie
*De afgelopen drie jaar bestreed ‘Digibank DiGiTAAL’ in de bovenstaande gemeenten digitale uitsluiting en verkleinde de digitale kloof via digipunten. Dit zijn toegankelijke en laagdrempelige fysieke plaatsen op verschillende locaties in de regio Zuidoost Hageland. Een behoefteonderzoek in de regio hielp om nieuwe digipunten te ontwikkelen op plaatsen waar de nood het hoogst bleek. Door in gesprek te gaan met mensen met beperkte digitale vaardigheden brachten we samen met onze partners in kaart welke digitale vaardigheden het meest nodig zijn. Zo kunnen de digipunten en hun opleidingen beter inspelen op de digitale noden in de regio. Ook bracht dit de lokale noden in kaart voor de hierboven beschreven modelontwikkeling.
In de digipunten staan vrijwilligers op vaste momenten klaar om vragen te beantwoorden over digitalisering, bv. rond hulp- en dienstverlening. Bezoekers kunnen er persoonlijk terecht voor hulp op maat. De vrijwilligers zoeken samen met hen naar een oplossing of verwijzen door naar de juiste dienst. Bovendien kan je in de digipunten gratis een laptop lenen of deelnemen aan opleidingen rond digitale thema’s. Voor mensen die minder mobiel zijn, is ook een huisbezoek mogelijk.
Bekijk de reportage van ROBtv in Tienen
Na drie jaar liep Digibank DiGiTAAL in de zomer van 2026 af. Elke deelnemende gemeente behoudt echter minstens één digipunt, waardoor de bestrijding van digitale uitsluiting lokaal wordt verdergezet.





