Hoe ervaringen in het Digipunt van Roeselare leidden tot een nieuw vormingstraject rond de elektronische controlekaart voor tijdelijke werkloosheid.
In RSL Op Post in Roeselare is het Digipunt een gekende plek waar gemiddeld 25 mensen met digitale vragen om de twee weken op donderdagnamiddag geholpen worden door vrijwilligers en professionals met kennis van zaken.
Het Digipunt biedt echter niet alleen laagdrempelige digitale ondersteuning. Het is ook een plek waar mensen in kwetsbare situaties hun ervaringen delen met dienstverleners. Zo worden drempels zichtbaar en kunnen organisaties hun werking verbeteren.
Soms groeit daaruit een traject dat veel verder reikt dan één vraag.
Onrust over een nieuwe digitale verplichting
Begin 2025 besliste de Vlaamse overheid dat de controlekaart voor tijdelijke werkloosheid (C3.2A) voortaan volledig digitaal moest worden ingevuld. De papieren kaart verdween.
Voor veel mensen kwam die beslissing als een schok.
Leerwerknemers in een artikel 60-traject, maar ook hulpverleners, zaten plots met vragen. Hoe werkte het nieuwe digitale platform? Wat moest je precies invullen? Wat als je iets verkeerd deed?
Een duidelijke handleiding bestond toen nog niet. Het Welzijnshuis van Roeselare klopte daarom aan bij het Digipunt met een vraag: “Kunnen jullie mensen helpen?”
Meer dan digitale hulp
De filosofie van het Digipunt is eenvoudig: mensen ondersteunen zodat ze zelf verder kunnen.
Maar in dit geval lag de situatie gevoeliger. Een fout in de elektronische controlekaart kan immers grote gevolgen hebben voor iemands inkomen.
Daarom besloten we het anders aan te pakken. Samen met het Welzijnshuis en opleidingspartner LIGO bundelden we de krachten. We namen ook contact op met de vakbonden om het wettelijk kader goed te begrijpen.
Het plan: vormingen ontwikkelen, zowel voor hulpverleners als voor de mensen die met het platform moeten werken.
Een eerste test: de realiteit wordt zichtbaar
In mei 2025 organiseerden we een eerste experiment met 25 deelnemers.
Wat daar gebeurde, was confronterend.
De app bleek moeilijk te gebruiken. De taal was complex. Zelfs vertaalapps hielpen nauwelijks. En een veilige oefenomgeving om het systeem te leren kennen, bestond niet.
Tijdens de sessie gaf LIGO uitleg. Opbouwwerkers en vrijwilligers van SAAMO ondersteunden deelnemers individueel. Medewerkers van het Welzijnshuis verzamelden vragen en signalen.
Maar de emoties liepen hoog op. Frustratie. Woede. Onzekerheid.
Eén conclusie was onvermijdelijk: zonder begeleiding is het invullen van de elektronische controlekaart voor veel mensen onhaalbaar.
Ook hulpverleners botsen op grenzen
Niet alleen gebruikers worstelden met het systeem.
Daarom organiseerden we eind juni samen met het ABVV een korte, intensieve “crashcursus” voor hulpverleners. Ongeveer vijftig maatschappelijk werkers van een tiental organisaties waaronder het Welzijnshuis, CAW en WeerWerk namen deel.
In drie kwartier kregen ze een overzicht van het systeem en ervaarden ze zelf hoe complex het is.
Dat moment zorgde voor een belangrijke kanteling.
Het was een succes dat we het Welzijnshuis konden overtuigen om deze cursus aan hun personeel te geven. Het maakte duidelijk dat geen enkele organisatie deze vragen alleen kan opvangen. Door samen te werken konden we het probleem structureel aanpakken.
-Dimi Lefere, opbouwwerker bij SAAMO
De vraag veranderde.
Van: kunnen we mensen doorsturen naar het Digipunt?
Naar: hoe bouwen we samen een duurzame oplossing?
Stap voor stap naar een structurele oplossing
Intussen bleven we experimenteren. We verbeterden de vorming en testten ze opnieuw met een groep van 27 leerwerknemers.
De uitleg was duidelijker, er was meer individuele ondersteuning en de sessie verliep rustiger. Toch merkten we dat één namiddag te weinig was om alles goed te begrijpen.
Daarom werkten we samen met LIGO een nieuw vormingstraject van 10 uur uit, opgebouwd uit verschillende modules.
In kleine stappen leren deelnemers:
• hoe de RVA werkt
• welke rol vakbonden spelen
• hoe ze de app correct gebruiken
• waar ze terecht kunnen met vragen
Zo versterken we hun digitale vaardigheden én hun kennis van sociale rechten.
Het traject C3.2 gaf mensen in Artikel 60 – dat zijn werkzoekenden die via een tewerkstelling ervaring opdoen – echt inzicht in hun rechten en plichten, en welke rol uitbetalingsinstellingen en VDAB spelen. Ligo Midden-en Zuid-West-Vlaanderen verzorgde de lessen, terwijl SAAMO zorgde voor laptops, technische ondersteuning én een warm onthaal. De combinatie van praktische ondersteuning en een toegankelijke omgeving maakte het voor de deelnemers mogelijk om op een laagdrempelige manier heel concrete vaardigheden en kennis op te doen over werk en hun rechten.
-Michiel De Meester, Ligo Midden –en Zuid-West-Vlaanderen
Vanaf september 2027 wordt dit traject structureel opgenomen in het aanbod van LIGO, met financiering vanuit onderwijs.
Ook het Welzijnshuis engageert zich: stadspersoneel voor wie de regeling geldt, mag de vorming tijdens de werkuren volgen.
Digitale inclusie als hefboom
Het verhaal stopt daar niet.
In maart en april bleven we experimenteren met het traject. Zo koppelden we een van de modules aan de jobbeurs van 22 april, georganiseerd door het Welzijnshuis met heel wat partners. Deelnemers leren er bijvoorbeeld hoe ze een CV of sollicitatiebrief opstellen en kunnen de beurs begeleid bezoeken met een lesgever van LIGO.
Wat begon als een simpele vraag naar doorverwijzing, groeide zo uit tot iets groter.
Een traject waarin organisaties samenwerken, ervaringen van mensen centraal staan en digitale drempels niet alleen worden opgelost, maar ook zichtbaar gemaakt.
En dat is precies waar digitale inclusie volgens SAAMO over gaat.


