skip to Main Content

Naar een sociaal rechtvaardig klimaat- en energiebeleid

Kersvers opbouwwerker Jo Verhaeghen en ervaren rotten Leen Smets en Stefan Goemaere zijn dagelijks bezig met het duurzamer én rechtvaardiger maken van onze samenleving. Zij weten als geen ander hoe een ecologische transitie ook sociaal kan zijn.

Enkele vragen aan onze energieopbouwwerkers

Je hoort soms zeggen dat mensen die het financieel moeilijk hebben niet wakker liggen van het klimaat. Klopt dat volgens jullie?

Stefan: sommige mensen zijn bezig met de klimaatcrisis, anderen niet. Dat geldt voor iedereen. Maar ik merk dat veel mensen in een kwetsbare positie bezorgd zijn om de toekomst van hun kinderen, dus ook om het klimaat. Verspilling is bijvoorbeeld iets waar veel mensen die sowieso zuinig leven zich druk om maken.

Jo: Dat klopt. Ik was vorige week op huisbezoek bij iemand met een torenhoge waterafrekening. Er was blijkbaar een lek. Die persoon was beschaamd dat hij zoveel water had verbruikt, terwijl er waterschaarste is.

Leen: Mensen die een overlevingsstrijd voeren zijn alleen maar daarmee bezig. Maar zodra iemand in een iets stabielere armoedesituatie zit, is er ruimte om met andere zaken bezig te zijn. Iedereen ziet nieuwsberichten passeren. Is het niet over een klimaattop, dan wel over overstromingen. En op dagen van meer dan 40 graden beseffen de meeste mensen dat er iets moet veranderen.

Stefan: Veel mensen in armoede leven trouwens nu al heel klimaatvriendelijk, al dan niet bewust. Velen onder hen zijn kampioenen in circulair hergebruik: ze gaan naar tweedehandswinkels, nemen vaker het openbaar vervoer of zijn gebruikers van voedseloverschotten. En ze rijden niet met een SUV en gaan niet jaarlijks op skireis.

Leen: Dikwijls willen mensen zich ook voor het klimaat inzetten, maar kunnen ze niet. Dan voelen ze zich machteloos. Ze willen bijvoorbeeld energiezuiniger wonen, maar als huurder van een sociale woning kan je zelf niets doen. En op de private woonmarkt ben je afhankelijk van de eigenaar. Of ze willen wel wonen dichtbij alles om zich niet met de auto te moeten verplaatsen, maar ze wonen afgelegen omdat het alleen daar betaalbaar is.

Wat zijn de grootste bezorgdheden van mensen in een kwetsbare positie bij de aanpak van de klimaatproblematiek?

Leen: Binnen het project ‘De Klimaatstem van Mensen In Armoede (MIA)’ stelden we die vraag letterlijk. Mensen zitten uiteraard in met het financiële. Ze zijn bang dat ze de rekening van de klimaatmaatregelen niet zullen kunnen betalen. Dat wonen bijvoorbeeld nóg duurder zal worden.

Stefan: Inderdaad. Renovatiekosten zullen eigenaars waarschijnlijk doorrekenen aan hun huurders. En wie een eigen woning heeft, maar financieel voor grote uitdagingen staat, zal de renovatiekosten niet kunnen betalen.

Leen: Dat de klimaatcrisis bovenop de wooncrisis komt, is voor mensen in armoede een financiële ramp.

Stefan: Mobiliteit is ook een grote bezorgdheid. Een dure, elektrische wagen is voor de meeste mensen in een kwetsbare positie geen optie. Ze zijn dus op openbaar vervoer aangewezen, maar ik zie nergens in de klimaatplannen dat er meer bussen moeten komen.

Leen: dat is nochtans belangrijk voor mensen die – zoals je aangaf – afgelegen moeten wonen. Een positieve noot: ik zie dat mensen die geen geld hebben voor een auto de weg beginnen te vinden naar deelauto’s.

Welke sociaal rechtvaardige klimaatmaatregelen moeten onze overheden volgens jullie concreet nemen?

Leen: Investeren in energiezuinige sociale woningen!

Stefan: Helemaal akkoord. België doet het onder andere slecht op het vlak van klimaat omdat onze woningen een grote CO2-uitstoot hebben. En welke woningen zijn de slechtste? Die waar mensen in een kwetsbare positie in wonen. Waar moet je dus op inzetten? Op die woningen. Als je investeert in sociale woningen als klimaatmaatregel, dan heb je als overheid heel veel in handen. Je werkt meteen op grote schaal, wat interessanter is dan een premiebeleid waar sommige mensen op intekenen, maar veel anderen ook niet. En door zelf professionele bouwpartners te kiezen, bepaal je de kwaliteit van de woningen ook zelf.

Leen: Mensen in armoede ervaren de meeste moeilijkheden op het vlak van inkomen, huisvesting en gezondheid. Om de klimaatcrisis aan te pakken moeten we kijken naar de industrie, naar mobiliteit én naar onze gebouwen. Het gaat dus om een logische koppeling. Met een sociale woning verminder je het risico op armoede trouwens met 40%. Dat is enorm.

Stefan: Zeker als je weet dat in Vlaanderen meer dan 500.000 gezinnen in een precaire woonsituatie zitten.

Met de bouw van goede sociale woningen pak je dus armoede en de klimaatcrisis aan?

Stefan: Inderdaad. Het is een zeer efficiënte besteding van overheidsgeld. Zeker als je die woningen bouwt dicht bij grote steden met een goed openbaar vervoersnetwerk.

Leen: En als klimaatregel betekent de bouw van energiezuinige sociale woningen op grote schaal winst voor iedereen.

Hebben jullie nog concrete beleidsvoorstellen?

Stefan: Iedereen die het sociaal energietarief of het ontradingstarief heeft zou groene stroom moeten krijgen. Dat is nu niet het geval omdat dat niet het goedkoopste is, maar dat zou een evidentie moeten zijn.

Leen: Op het vlak van ruimtelijke ordening zou het ook interessant zijn om bij grote nieuwbouwprojecten een percentage voor te bestemmen voor mensen in een kwetsbare positie, als sociale woning of via een SVK (sociaal verhuurkantoor)-model.

Waarmee moeten klimaatmaatregelen volgens jullie betaald worden?

Jo: Gelijk welke maatregel er genomen wordt, de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Zoals Ive Marx het onlangs verwoordde in De Standaard: “Als je de laagste inkomens wil compenseren zonder meer schulden te maken, dan moet je die andere groep laten betalen.”

Stefan: grote bedrijven worden vrijgesteld van veel kosten die KMO’s en gezinnen wel moeten dragen. Dat moet eerlijker. En binnen de groep van de gezinnen moet ook daar weer gekeken worden wie de sterkste schouders heeft. De overheid moet stoppen met de boodschap te verkondigen dat iederéén geld zal winnen door een beter klimaatbeleid. Na 15 jaar wel, ja. Maar de komende jaren zal een sterk klimaatbeleid veel geld kosten. Om te zorgen dat de verdeling daarvan eerlijk gebeurt, zal trouwens een goede internationale samenwerking nodig zijn.

Lees meer over het thema ‘Energie’

Back To Top