Met het project ‘Ruimte publiek maken’ werkten opbouwwerkers vijf jaar lang samen met bewoners aan de publieke ruimte. Ze deden dat in de wijken Antwerpen-Noord, Borgerhout, Deurne-Noord, Deurne-Zuid en op het Kiel. Na vijf jaar groepsmatig werken met mensen die wonen met beperkte publieke ruimte of die stadsvernieuwingsprojecten live zien gebeuren in hun achtertuin, was het eind 2025 tijd om terug te blikken. Ze brachten hun praktijkkennis samen om te zien wat ze de voorbije jaren leerden om dat met jullie te delen. Dit materiaal stelden ze voor op de inspiratiedag ‘Ruimte publiek maken’ in Antwerpen op 14 november 2025. Hier vind je een samenvatting van het materiaal.
Een ongehoorde stem in stadsontwikkeling
De (stedelijke) publieke ruimte staat daardoor onder druk – én tegelijk ook de private ruimte. Veel bewoners leven in kleine, soms ongezonde woningen, en zijn dus extra afhankelijk van wat er zich buiten afspeelt: pleinen, straten, parken. Die publieke ruimte is hun leefruimte. Toch wordt de stem van mensen die het moeilijk hebben zelden gehoord in stadsontwikkeling. Sterker nog: vaak worden zij in één adem genoemd met ‘overlast’. Maar wat betekent dat eigenlijk? Overlast voor wie? Wie heeft recht op de stad en haar publieke ruimte – en wie niet? Wie bepaalt dat?
Opbouwwerkers van SAAMO werkten de voorbije jaren rond drie sporen:
- De impact van (nieuwe) stedelijke ontwikkelingen op de huidige bewoners
- Het herverdelen van de ruimte
- Onderbenutte ruimte – mét en zonder dak
Uit die drie sporen groeiden verschillende praktijken en zes claims. Op deze pagina vind je meer info over wat we leerden en de 6 claims.

Een briefwisseling tussen sociale en ruimtelijke professionals
In 2022 schreef landschapsarchitect Jo Boonen een brief aan de ‘schone sociaal werker’. Deze las hij toen voor op de Sociaalwerkconferentie in Antwerpen. Sindsdien transformeerde de brief nog regelmatig in nadruk en nuance.
In 2025 formuleerden collega’s van het kenniscentrum van AP Hogeschool, binnen het project Stadskracht – het praktijkgericht onderzoek voor een inclusieve en duurzame stad – een antwoord op deze brief. Deze briefwisseling vormde voor SAAMO Antwerpen de basis van de dialoog tussen de sociale en de ruimtelijke professional.

Lees hier de briefwisseling
Claim 1: Waarborg een betaalbare & kwaliteitsvolle woonomgeving bij stadsvernieuwingsprocessen.

Wat bedoelen we met een betaalbare woonomgeving?
Wanneer we spreken over stadsvernieuwing, gaat het vaak over gebouwen, stenen en plannen. Maar voor de mensen die er wonen, gaat het in de eerste plaats over zekerheid — over de vraag: kan ik hier blijven?
We zien vandaag een duidelijk risico op verdringing. Naarmate de wijk aantrekkelijker wordt, stijgen huurprijzen en vastgoedwaarden, en wordt het moeilijker voor huidige bewoners om hun plek te behouden.
Er zijn ook nog te weinig garanties dat mensen er effectief kunnen blijven wonen na de vernieuwing. Veel bewoners leven in onzekerheid: ze weten niet wanneer hun blok wordt afgebroken, wat er in de plaats komt, of ze ooit kunnen terugkeren.
En dan is er de sociale cohesie. Wanneer buren vertrekken en nieuwe bewoners niet dezelfde binding hebben, verdwijnt ook het weefsel dat een buurt leefbaar maakt.
Tot slot is er de diversiteit — van bewoners én van woningen. Een sterke wijk heeft een mix: mensen met verschillende achtergronden en inkomens, huur- en koopwoningen naast elkaar. Zonder die mix wordt een buurt kwetsbaar en eenzijdig.
Betaalbaarheid gaat dus niet enkel over huurprijzen, maar over het recht om te blijven, over verbondenheid en over het behoud van de sociale rijkdom van een buurt.
“Stadsvernieuwing mag geen verschuiving van mensen zijn. Hoe bouwen we aan buurten waar het leven doorgaat, tijdens de werken én na de vernieuwing?”
Wat bedoelen we met een kwalitatieve woonomgeving?
Naast betaalbaarheid gaat het ook over kwaliteit van de leefomgeving — over hoe mensen hun buurt ervaren, vandaag en morgen.
Bijvoorbeeld op de Arena-site zien we veel leegstand en verkommerde gebouwen. Appartementen staan leeg, ramen dichtgetimmerd, gevels versleten. Dat tast niet alleen het uitzicht aan, maar ook het gevoel van veiligheid en trots. Bewoners zeggen soms: ‘Ik durf niemand meer uitnodigen, ik schaam me hierover.’
De veiligheid en het comfort komen onder druk te staan. Door afgesloten paden, werfpuin, zwerfvuil en overlast wordt het moeilijker om zich vrij te bewegen, zeker voor oudere bewoners of gezinnen met kinderen.
Er is ook een gebrek aan publieke ruimte die uitnodigt tot ontmoeting. Speelruimte, rustplekken, plekken om elkaar te zien en te spreken — ze verdwijnen of worden tijdelijk afgesloten door werken. Maar die plekken zijn essentieel voor verbondenheid in de wijk.
En tot slot en misschien wel het belangrijkste: bewoners voelen zich vaak onvoldoende betrokken bij beslissingen over hun leefomgeving. Er wordt over de wijk gepraat en beslist, maar te weinig met de mensen die er elke dag leven.
Een kwaliteitsvolle leefomgeving vraagt dus meer dan stenen en plannen. Ze vraagt om zorg, om inspraak, en om plekken waar mensen zich opnieuw thuis kunnen voelen.
Dit vertellen mensen er over die meewerkten met SAAMO in Deurne-Zuid en Deurne-Noord:
Na het zien van de video: De stad Antwerpen besliste in november 2025 dat de grote woontoren over Louisa op Arena er niet komt. De twee bomen van Louisa hebben meer kans om te blijven. Je leest er hier meer over op VRT.
Claim 2: Geef leegstand en onderbenutte ruimte een betekenisvolle en inclusieve invulling.

Aan de ene kant zien we een tekort aan publieke ruimte. Aan de andere kant staat er heel wat ruimte leeg of wordt ze onderbenut. Ruimte mét dak — zoals leegstaande panden, scholen of kantoren na de werkuren —maar ook ruimte zonder dak: vergeten hoekjes, zwerfruimte, braakliggende terreinen… We streven naar een maximaal gebruik van wat er al is.
“Wat als leegstand niet het probleem is, maar de oplossing? Ontdek hoe vergeten en onderbenutte plekken weer kunnen gaan leven met en voor bewoners.”
In de Antwerpse buurtwerken van SAAMO doen we dat via eigen initiatieven, maar ook door plekken open te stellen voor anderen. En in de wijken zelf gaan we actief op zoek naar die ongebruikte ruimte —
om ze samen met bewoners en partners nieuw leven in te blazen.

Op de inspiratiedag ‘Ruimte publiek maken’ ging er een panelgesprek door: van leegstand tot leefruimte. De deelnemers aan het panelgesprek waren:
- Sofie van Woonhaven – leefbaarheidsmedewerker die een leegstaand lokaal inzet voor buurtgebruik (als ontmoetingsplek).
- Maryline van SAAMO – Wonen met Kansen – sociaal leegstandsbeheer, tijdelijk wonen met jongeren in leegstaande sociale woningen.
- Frans van Oostnatie – heractivering van onderbenutte en braakliggende publieke ruimte via tijdelijke en stapsgewijze invulling.
- Ellen van De Medemens – private grondeigenaar die een deel van zijn grond openstelt voor buurtgebruik in samenwerking met SAAMO.
Claim 3: Ontwerp vanuit lokale kennis en erken bewoners als experten van hun wijk.

Bewoners kennen hun wijk vaak door en door. Hun ervaringskennis, geworteld in het dagelijks gebruik van de buurt, is van grote waarde, maar blijft vaak onderbelicht in formele plannings- en besluitvormingsprocessen. Ze weten waar het leven zich afspeelt, welke plekken belangrijk zijn, waar het goed gaat en waar het moeilijk loopt.
Professionals zoals architecten en planners kijken vaak met een andere bril naar de wijk. Wat zij als esthetisch of functioneel beschouwen, kan voor bewoners andere of weinig betekenis hebben, en omgekeerd. Er bestaan verschillende referentiekaders: bewoners hechten waarde aan plekken die verbonden zijn met herinneringen, relaties of dagelijkse routines, ook al zijn die op het eerste gezicht onzichtbaar. Net zo zijn bepaalde problemen, krachten of groepen in de wijk niet direct zichtbaar, maar komen ze tot leven via de verhalen van mensen.

Om deze lokale kennis te verwerven, is tijd nodig. Een wijk van binnenuit leren kennen gebeurt niet op 1-2-3. Het vraagt om nabijheid, herhaalde ontmoetingen en een bereidheid om je echt in de leefwereld van bewoners in te graven. Daarbij is het essentieel om gebruik te maken van het bestaande netwerk en de diensten in de wijk: buurtwerkingen, sociale organisaties, scholen, verenigingen en lokale sleutelfiguren. Zij vormen bruggen naar bewoners en kunnen helpen om verborgen verhalen, noden en krachten zichtbaar te maken.
“Bewoners zijn geen data, maar deskundigen van hun dagelijks leven. Wat gebeurt er als we echt leren luisteren voor we plannen maken?”
Een stadsvernieuwing die echt aansluit bij het leven in de wijk, moet vertrekken vanuit die ervaringskennis. Dat vraagt om een participatieve benadering die verder gaat dan klassieke consultatievormen. Bewoners mogen niet enkel bevraagd worden via enquêtes of infoavonden, maar moeten op verschillende manieren gehoord worden: via gesprekken op straat, in lokale ontmoetingsplekken, met meertalige communicatie en visuele of interactieve methoden zoals kaarten, spelvormen of buurtwandelingen. Zulke vormen maken het mogelijk dat meer mensen hun stem laten horen, ook wie minder vertrouwd is met formele participatie.
De manier waarop geluisterd wordt, bepaalt in belangrijke mate wie gehoord wordt en dus ook wie mee kan nadenken over en deelnemen aan het vormgeven van de toekomst van de wijk. Daarom is het van essentieel belang om zoveel mogelijk bewoners vanaf het begin van het proces actief te betrekken. Dus niet wanneer de plannen al vastliggen, maar juist in de fase waarin de richting nog openligt en keuzes gemaakt kunnen worden.

Die betrokkenheid mag geen eenmalige gebeurtenis zijn, maar moet herhaald en opgebouwd worden doorheen het hele traject. Regelmatig overleg en diverse vormen van contact zorgen ervoor dat bewoners zich serieus genomen voelen en dat hun kennis een plaats krijgt in het ontwerpproces.
Een dergelijke manier van werken bevordert niet alleen vertrouwen en wederzijds begrip, maar versterkt ook de kwaliteit, inclusiviteit en legitimiteit van stedelijke vernieuwing.
Plannen die samen met bewoners tot stand komen, sluiten beter aan bij het dagelijks leven in de wijk en dragen zo bij aan een rechtvaardige en duurzame stadsontwikkeling.
Bekijk het materiaal van de methodiekenmarkt
Claim 4: Zet structureel overleg met bewoners op zodat iedereen gehoord wordt.

We voeren het pleidooi voor ingebed structureel overleg — broodnodig, als je het ons vraagt. Helaas wordt dit nog te vaak ondergesneeuwd of herleid tot louter informatiemomenten.
Elke beslissing over de stad raakt niet enkel infrastructuur, maar ook het samenleven en de gemeenschap. Daarom is structureel overleg met alle (!) bewoners geen extraatje of vertraging in het proces van stadsontwikkeling. Het is een wezenlijk onderdeel van een gezonde, levende democratie.
Te vaak nog wordt stadsontwikkeling gezien als iets dat voor bewoners wordt gedaan, in plaats van met hen. Maar de stad behoort niet toe aan één bestuur, één dienst of zelfs één generatie. Ze is van iedereen die er leeft, werkt of hun toekomst ziet.
In veel stadsvernieuwingsprojecten stopt de bewonersparticipatie zodra de werken starten. Tijdens en na de uitvoering ontbreekt vaak een vaste structuur voor overleg, waardoor signalen van bewoners moeilijk doorkomen en er weinig ruimte is om in te spelen op onverwachte situaties. Dit kan leiden tot onzekerheid, wantrouwen en overlast, vooral voor mensen in kwetsbare posities, voor wie veranderingen directe impact hebben op hun dagelijks leven.
“Echte participatie stopt niet bij de eerste schop in de grond. Hoe houden we bewoners aan boord, in gesprek en in vertrouwen, gehoord, geïnformeerd en betrokken, terwijl de stad om hen heen verandert?”
Een zorgzame stadsvernieuwing vraagt daarom om voortdurende en gestructureerde betrokkenheid, ook tijdens de uitvoering en nazorg. Vaste overlegmomenten en duidelijke communicatie over beslissingen, tijdslijnen en gevolgen van de werken helpen om vertrouwen op te bouwen en de leefbaarheid te bewaken.
Dit vraagt ook om nabijheid. Het is essentieel dat zowel de stad als de uitvoerder van de werken zichtbaar en aanspreekbaar aanwezig zijn in de wijk. Niet via onpersoonlijke e-mails of doorverwijzingen van het kastje naar de muur, maar via fysieke aanspreekpunten, lokale contactpersonen en regelmatige aanwezigheid op het terrein. Zo kunnen bewoners hun vragen, zorgen en voorstellen rechtstreeks kwijt, en voelen ze zich serieus genomen.
Voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie is formeel overleg vaak geen vanzelfsprekende ingang. Zij nemen eerder zelden deel aan vergaderingen of inspraakmomenten. Daarom is het belangrijk om in deze wijken een vinger aan de pols te blijven houden: via nabij contact, outreach en samenwerking met lokale organisaties kunnen hun signalen worden opgevangen en meegenomen naar het overleg. Zo krijgen ook hun ervaringen en noden een plek in het proces.
Het actief inzetten van lokale netwerken en diensten, zoals buurtwerkingen, sociale organisaties, scholen en sleutelfiguren, is hierbij cruciaal. Zij vormen bruggen naar bewoners en kunnen bijdragen aan het behoud van leefbaarheid en vertrouwen.
Zo wordt stadsvernieuwing niet iets dat mensen overkomt, maar iets waaraan ze actief kunnen deelnemen, op een manier die aansluit bij hun leefwereld.

Op de inspiratiedag ‘Ruimte publiek maken’ ging er een panelgesprek door over het structureel overleg mét bewoners. De deelnemers aan het panelgesprek waren:
- Roos Mariën, projectcommunicator bij Lantis
- Luk Vanmaele, bewoner die de site Arena mee opvolgt met de bewonersgroep Samen voor Arena
- Mariam El Osri, districtsburgemeester van Borgerhout
- Jakob Vandevoorde, werkerscoöperatie Endeavour (sociaal- ruimtelijk onderzoeksbureau)
Claim 5: Begeleid huurders die moeten verhuizen zodat niemand achterblijft.

Stadsvernieuwing kan leiden tot sloop, renovatie of herbestemming van woningen, waardoor sommige bewoners hun woning (tijdelijk) moeten verlaten. Dit treft vooral huurders, zowel sociale als particuliere, die vaak minder zekerheid hebben over hun woonst en minder middelen om zelf alternatieven te zoeken. In zulke situaties is het essentieel dat bewoners goed ondersteund worden: bij het vinden van een geschikte nieuwe woning, bij de praktische organisatie van de verhuis, en bij het voorkomen van precaire woonsituaties.
“Stadsvernieuwing mag geen breuklijn worden in iemands leven. Hoe zorgen we dat bewoners die moeten verhuizen met zorg en zekerheid worden begeleid?”
De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de stad en de betrokken ontwikkelaars. Stadsvernieuwing mag niet leiden tot verlies van bestaanszekerheid. Zonder gerichte begeleiding kunnen bewoners geconfronteerd worden met stress, financiële druk, verlies van sociale netwerken en andere vormen van kwetsbaarheid.
Daarom moet deze ondersteuning structureel en planmatig georganiseerd worden. Bewoners moeten tijdig geïnformeerd worden over de geplande veranderingen, weten welke hulp beschikbaar is en terechtkunnen bij een duidelijk aanspreekpunt voor vragen en problemen.

Claim 6: Investeer in het middenveld en sociaal werk als structurele partner bij stadsvernieuwing.

“Zonder sociaal werkers geen sociaal rechtvaardige stadsvernieuwing. Ze brengen mensen en actoren samen, luisteren anders en blijven nabij. Hoe verankeren we hun rol blijvend in de stad van morgen?”
Sociaal werkers en buurtorganisaties zijn onmisbare actoren in stadsvernieuwingsprocessen. Ze zijn diepgeworteld in de wijk, hebben langdurige vertrouwensrelaties opgebouwd en kunnen bewoners op een laagdrempelige manier betrekken, met de tijd en nabijheid die nodig is om vertrouwen te winnen.
Dankzij hun positie kunnen ze signalen en zorgen vroegtijdig opvangen en ervoor zorgen dat plannen beter aansluiten bij de leefwereld van bewoners, vooral van mensen in kwetsbare situaties. Ze verbinden sociale en ruimtelijke actoren, faciliteren samenwerking tussen bewoners, stedelijke overheden en ontwikkelaars, en begeleiden bewoners bij praktische uitdagingen.
De inbreng en tijdsinvestering van sociaal werkers moet daarbij serieus genomen worden. Hun werk is geen vrijblijvende aanvulling, maar een essentieel onderdeel van zorgzame stadsvernieuwing. Zo dragen sociaal werkers en buurtorganisaties bij aan stadsvernieuwing die niet alleen ruimtelijk en economisch efficiënt is, maar ook sociaal rechtvaardig en inclusief.
Meer info:
